woensdag 23 november 2011

Een gesprek met God


Hier zit ik dan, ik had god uitgenodigd voor een gesprek.
Ik weet nog niet eens wat ik allemaal aan hem wil vragen, “maar ach”, dat zal vanzelf wel komen.

Daar was hij dan, “hoe zal ik beginnen dacht ik even” ik vond het toch wel een beetje vreemd.
Hallo! “zei God tegen me”, hallo antwoordde ik terug.
En God zei: je mag me alles vragen en ik zal proberen om je op alles een duidelijk antwoord te geven, “al zal ik dat niet op alle vragen kunnen doen”. Sommige dingen zijn te moeilijk om uit te leggen en niet alles kan een mens begrijpen.

“Maar u kunt mensen toch alles duidelijk maken met uw geest? ” Vroeg ik God”.

Dat zou ik kunnen doen antwoordde God, maar het is niet goed als een mens teveel weet. Als een mens teveel weet gaat het ten koste van zijn persoonlijkheid en vrijheid van denken. Er moet een bepaalde afstand zijn tussen mij en de mensen.
Want stel je eens voor dat het niet meer geloof is maar een zeker weten in dit leven, dan zal je verkrampt gaan leven en jezelf verliezen. Je hebt toch wel gehoord van, hoop, geloof en liefde? Dat is de kern van de relatie tussen de mensen en mij op dit moment.

“En ik vroeg, mensen zeggen dat u mensen kunt veranderen. “Of ik bedoel eigenlijk”, dat mensen veranderen als ze u hebben leren kennen. Maakt u er dan echt andere mensen van? Of zit het in die mensen zelf?”

Ik zal het proberen uit te leggen antwoordde God, wat ik uitleg is in de eerste instantie alleen voor mensen die zich bekeren tot mij, “die voor het geloof kiezen zeg maar”.
 Aan die mensen openbaar ik mij met mijn geest en laat die mensen zichzelf zien en mezelf natuurlijk. Zonder mijn geest zouden de mensen geen geloof hebben en niet begrijpen wie ik ben of wat ik wil. Dus in de eerste instantie verandert mijn geest de mensen.
 Ze zien in dat ze verkeerde dingen hebben gedaan en dat ze zondaars zijn en dat ze een ander leven moet gaan leiden.
 Bij de ene mens moet veel veranderen en bij andere mens maar weinig. En bij sommige mensen moet ik meer me best doen om ze op het goede pad te krijgen dan bij anderen. En veel mensen haken ook af naar een poosje. Dat zijn vaak mensen die heel enthousiast zijn in het begin, maar al snel dooft het vuur en ebt hun geloof weg en keren ze terug naar de wereld.
Je kunt dus zeggen, dat ik de mensen niet echt verander maar wel help om zich te veranderen als dat nodig is.
Het zou niet eerlijk zijn als ik de één wel zou veranderen en de andere niet. Uiteindelijk zal de innerlijke kern van de mens zelf bepalend zijn of die wel of niet mij trouw zal blijven. “Daarmee bedoel ik zijn binnenste, zijn hart”. En ook wel de manier van leven en hoe hij of zij met mensen omgaat en hoeveel liefde daarbij te pas komt.
Je hebt toch wel eens gelezen dat er in de Bijbel staat, “ God zou van deze stenen Abrahams kinderen kunnen maken”?

“Ja, ik ken dat verhaal antwoordde ik”.

Ik zou dat kunnen, maar dat is niet de bedoeling, het gaat om vrije wil en een eigen keus,” vervolgde God”.
Met mijn geest probeer ik de mensen zelf in te laten zien wat goed en slecht is. Want pas als ze het zelf inzien, dan verandert er pas echt wat in hun leven. “Op zijn minst veranderd er wat in hun gedachtegang”. Daarom hebben mensen ook een geweten, dat geweten wijst hun er steeds op wat wel en wat niet kan.”En de ene mens heeft een sterk geweten en de ander een zwakke”.
En nu gaat het mij het ook niet zozeer om of mensen veel of weinig fouten maken, maar om wie ze zijn en hoe ze zijn.
En of hun hart rein is en vrij van slechte gedachten daar anderen toe. De meeste mensen oordelen over iemand om wat ze zien, “ik bedoel zijn fouten en daden die in menselijke ogen fout zijn”.
Maar ik kijk naar het hart, naar de binnenkant en naar de gedachten.
Daarom is het ook zo, dat een dief met een goed hart mij zou kunnen vinden en een rijke die nooit iets heeft gestolen mij niet zou kunnen vinden als zijn hart slecht zou zijn.
Er zijn mensen die zeggen, “kijk hoe goed ik ben en hoe slecht is die ander!, gelukkig ben ik niet zo als die andere, gelukkig ken ik de waarheid en is mijn weg recht”. Dat is dan de persoon die verkeerd is en niet die andere.

Dus als je het samen vat komt het hier op neer, ik verander de mensen niet maar mijn geest probeert de mensen wel te overtuigen om dingen die verkeerd zijn in hun leven te veranderen. Maar het is aan de mensen zelf of ze naar mijn geest (stem) willen luisteren of niet.

“Dat is duidelijk god, “sprak ik”, maar hoe zit het dan met het volgende, ze zeggen dat geloof, kennis, gaven, wijsheid en dat soort dingen allemaal van u komen. En je hoort de mensen vaak zeggen,
( bv. voorgangers) “dat u het bent god die door mij spreekt met uw geest en dat het uw woorden zijn”. Ik bedoel ook, hoe zit dat nou, maakt u geest ons alles duidelijk? Of moeten we ook uw woord bestuderen? Of is er een goede combinatie? En wanneer spreekt uw geest wel en niet door mensen heen?
Of wat wordt er bedoeld met melk en vast voedsel? Wat is inhoudelijk van toepassing op melk en wat op vast voedsel. En wanneer zijn we aan vast voedsel toe? En moet iedereen hetzelfde weten?
Ik bedoel, mensen zitten jaren in de kerk en volgen allerlei studies en cursussen, lezen hun Bijbel, luisteren naar de voorganger, “het lijkt wel of er geen einde aan het leren komt”.
Wat hebben die mensen aan al die kennis? Of is er een bepaald doel? “.

En God antwoordde,

Het is goed dat mensen veel weten over mijn woord en dat er over onderwezen wordt.
Het gaat alleen vaak mis als ze teveel zelf willen uitleggen of onderwijzen.
Als het alleen maar om basis dingen gaat is dat niet zo erg, maar als het om grote dingen gaat om de diepten en om de volle waarheid, “dan, wordt er nog al eens kwaad aangericht”. En is er al snel sprake van valse leer.
Mensenhanden schrijven mijn woorden op, maar ik ben degene die de woorden heeft geïnspireerd.
Dus ik ben ook degene die precies weet wat ermee bedoeld wordt.
Ik ken de diepten de emoties en de gedachten die achter de woorden zitten.
Dus twee dingen zijn in de eerste instantie belangrijk, ten eerste dat je weet wie ik ben en ten tweede dat je luistert naar mijn geest.
Mijn geest openbaard hoe ik ben en mijn woord bevestigd dat.
Dus je kunt niet zomaar mijn woorden lezen en uitleggen zonder dat je mij kent of dat mijn geest je de woorden heeft uitgelegd of je de juiste emoties erbij gegeven heeft.

Ik heb de mensen een gebod opgelegd, heb je naaste lief als jezelf en mij boven alles uit.
Hoe zou ik van de mensen kunnen vragen om me lief te hebben als ze mij niet eens kennen?
Wat heb ik eraan als de mensen wel in mij geloven maar niet van mij houden?
Of dat ze proberen te geloven omdat ze bang zijn voor de dood of omdat ze het eeuwige leven willen?

Of hopen op een beloning in het leven?
Of op een beloning na de dood?
Ik dwing niemand om te geloven of om van mij te houden.
Maar ik hoop dat de mensen van mij zullen houden om wie ik ben en om wat ik voor hen doe en heb gedaan.” Ik zeg niet dat het altijd even makkelijk zal zijn of is”.
En dat soms dingen moeilijk of hellemaal niet te begrijpen zijn, “maar dat komt wel als de tijd daarvoor gekomen is”.

Dit heeft ook te maken met de melk en het vaste voedsel.
Mensen die nog van melk leven kunnen die dingen niet aan en kunnen het niet begrijpen.
Mensen die nog van melk leven moeten eerst volwassen worden in het geloof zodat ze ook het vaste voedsel kunnen verdragen.
Toch zijn er velen die niet verder komen dan de melk en zijn er velen die wel volwassen worden maar hun eerste liefde verloren hebben.
Het zou beter zijn als mensen hun eerste liefde niet zouden verliezen, dan dat ze alles zouden weten en alle kennis zouden bezitten die er maar was.
Veel kennis maakt opgeblazen, maar de liefde niet.
Kennis is maar betrekkelijk.

Belangrijk is dat je mij kent en van mij houdt om wie ik ben en dat je je naaste lief hebt als jezelf.
Het is makkelijk om aan mij voorbij te gaan.
Je kunt alles over mij lezen in het woord of in duizend boeken.
Je kunt luisteren naar zoveel mensen en alles over mij te weten komen maar dan nog kun je aan mij voorbij gaan.
Ik moet een deel van je zijn, je hart en verstand moeten bevrucht zijn door mijn geest en je moet er achterstaan wat mijn geest je leert.

“Hoe zit het eigenlijk met al die kerken en gemeenten? ”vroeg ik”.
Er zijn zoveel verschillende soorten stromingen.
En iedereen denkt dat hun geloof of manier de beste is.
Wat is de beste manier?
En wat is de beste manier van geloven?
Of hoe zou de beste gemeente eruit moeten zien?”

En God antwoordde,

Het is jammer dat de mensen onderling zo verdeeld zijn.
Maar het was niet te vermijden dat er scheuringen zouden ontstaan binnen de eerste gemeenten.
En de gevolgen van die scheuringen hebben zich in de vroegere eeuwen en in de huidige tijd verder uitgebreid.
De opzet was dat alle gemeentes gelijk zouden zijn en dat iedereen elkaar lief zou hebben door de liefde van mijn zoon “die de gemeente gesticht heeft” en door mijn geest.
Altijd heb ik de gemeentes opgeroepen om elkaar lief te hebben “ondanks dat ze het niet altijd met elkaar eens zijn”.
In elke gemeente zitten goede en slechte mensen, maar ik ken de mijnen en dat moeten de goede mensen binnen de gemeentes vast houden.
“Ondanks dat ze soms verscheurd dreigen te raken door de wolven die in de gemeentes zijn binnen gedrongen”.

Zouden de verschillende gemeentes ook allemaal een andere god hebben?
Er is maar één God en dat ben ik en ik vraag aan alle gemeentes hetzelfde.
En het belangrijkste wat ik vraag is; heb me lief en je naaste als jezelf.
Er is maar één hemel en maar één wereld en er is maar één God.

De gemeente is als een akker waarin onkruid en koren samen opgroeit.

Je kunt zoveel dingen bedenken en zoveel dingen doen.
De gemeente overladen met van alles en nog wat.
Je vast houden aan het oude.
Meegaan met de tijd.
Strijden tegen het kwade.
Vechten voor het goede.

Maar wat wil ik iedereen uiteindelijk alleen maar leren en duidelijk maken?
Dat is, heb lief, laat de wereld zien dat jullie elkaar lief hebben.
En heb mij lief boven alles uit.
En onderhoud mijn geboden die niet zwaar zijn als je lief hebt “en laat je leiden door mijn geest”.

Dus dat is de hoofdzaak van alle gemeentes, heb elkaar lief.

“Alle andere zaken waar een gemeente zich aan moet houden en andere inhoudelijke zaken zoals leer van dopen, gaven, avondmaal en alles wat samenhangt met de gemeente is te vinden in het woord”.






“En ik vroeg, God wat wordt er eigenlijk bedoeld met uw koninkrijk en wat bedoelde uw zoon met het evangelie van het koninkrijk?
Of is dat hetzelfde?
Overal vinden we in uw woord het koninkrijk terug, zoals in het gebed dat uw zoon ons gaf”.

Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen

En God antwoordde,

Mijn koninkrijk is een plek waar vrede, liefde en gerechtigheid heerst.
Mijn koninkrijk is niet van deze wereld en onzichtbaar voor velen.
Maar toch is mijn koninkrijk wel over de wereld gekomen door mijn geest.
En iedereen die mijn zoon gelooft “wat gelijk staat aan mij geloven” die zal ik het koninkrijk laten zien.
Iedereen die mij aanvaard als vader en koning en toestaat dat ik heerschappij voer over hun levens in liefde en rechtvaardigheid, “over diegenen is het koninkrijk gekomen”.
Over een ieder die zijn of haar vertrouwen in mij stelt en niet in de wereld.
Die zijn hoop vestigt op mij.
Die zich geen zorgen maken om hun dagelijkse behoeften, maar weten dat ik in alles zal voorzien als ze mijn koninkrijk hebben gevonden.
De mensen die mij aanvaarden als hun vader en koning zijn niet meer van deze wereld, maar behoren tot mijn koninkrijk.
Ik heb ze als het ware van de wereld genomen ondanks dat ze nog op de wereld zijn.
Ik heb ze mijn geest gegeven die bij hun en met hun zal zijn, “voor altijd”
Nu bieden al deze dingen geen zekerheid is gebleken.
Want velen zijn terug gekeerd naar de wereld.
Of hebben mijn geest geblust.
En dagelijks wordt mijn geest bedroefd.
Voor velen is het makkelijker om op de wereld te vertrouwen, “dan op mij”.

“Maar god? “Onderbrak ik”.

U bent toch bij machte om dat allemaal te veranderen?
Waarom zorgt u niet dat het allemaal veranderd en gaat zoals u het wilt?
Mensen roepen zovaak als God zou bestaan zou dit of dat allemaal niet gebeuren.




God antwoordde,

Ik heb het je al eerder gezegd dat ik bij machte ben om dat te doen.
Maar wat win ik ermee?
Wat wint de oprechte mens ermee die gezwoegd heeft zijn leven lang om mij te gehoorzamen?
Degenen die omgekomen zijn omdat ze mij geloofden?
Degenen die nog zullen sterven in de naam van mijn zoon?
Ik zoek de oprechten de mensen met een goed hart en met puurheid.
Ik leer ze, ik help ze, maar de mens zelf moet veranderen.
Het is een keus tussen goed en kwaad.
Een keus tussen de wereld en mijn koninkrijk.
Een keus om op mij te vertrouwen of op de mens.

Ik kan de mens van top tot teen vervullen met mijn geest, maar dan is de mens niet meer zichzelf.
Daarom is het ook van belang dat de mens zelf inziet wat goed en kwaad is.
En mijn geest probeert daarbij te helpen.
Als een mens zelf inziet wat goed en kwaad is dan pas is er sprake van een overwinning en reden voor een feest.
Dan pas is er sprake van oprecht geloof, want dan is het van die persoon zelf en niet van mij.
Daarom maak ik geen abrahams kinderen van stenen en verander ik niet de mens, maar probeer ze te overtuigen van datgene wat goed is en voedt ze op in gerechtigheid en liefde.

Ik leg het je nog wel wat beter uit aan de hand van Johannes de doper.
Ik heb hem vervuld met mijn geest vanaf zijn geboorte.
Hij was mijn boodschapper en ik was het die door hem heen sprak.
Ik leidde zijn leven vanaf zijn geboorte.

Maar wat zegt mijn zoon over hem?

Voorwaar, Ik zeg u, onder hen, die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan, groter dan Johannes de Doper, maar de kleinste in het Koninkrijk der hemelen is groter dan hij.

Je ziet dat hij de grootste was onder de mensen maar de kleinste in het koninkrijk.

Hij was zichzelf niet toen hij al die daden verrichtte, hij was zichzelf niet toen hij mijn woorden sprak.
Ik was het.
Mijn geest was het.

Valt er dan wat te roemen als niet hij maar ik het was?
Daarom is hij de kleinste in het koninkrijk.






En ik vroeg,

“Hoe zit het eigenlijk met de eindtijd?
Uw zoon zegt dat niemand de dag of het uur kent wanneer het einde zal komen, “alleen u”.
Maar we zouden wel aan de tijd kunnen zien als het nabij is.
En wat zal er allemaal gebeuren voor die tijd?
En wat is voor ons belangrijk om te weten?”

En God antwoordde,

Ook ik ken de dag en het uur niet.
Er staat geen dag of uur vast op dit moment.
De dag en het uur is afhankelijk van dingen die zich afspelen op de wereld, “de mens en de gelovige”.
Nu zijn er veel dingen voorspeld en veel dingen zijn al uitgekomen en gebeurd.
En natuurlijk brengt dat de dag en het uur dichterbij, maar doet de dag en het uur niet vaststaan.
Besef heel goed dat na die dag en na dat uur het nooit meer zal zijn zoals het was.
En voordat die dag er is, er een grote verdrukking zal zijn, groter dan er ooit geweest is.
En voor die dag zullen vele gelovigen vervolgt en gedood worden.
En er zal hier en daar honger zijn en aardbevingen.
En de liefde van veel mensen zal verkillen.
En mensen zullen elkaar haten.
Veel valse profeten zullen opstaan en vele valse christenen.
Alles zullen zij inzetten om de uitverkorenen te verleiden.

Maar wees niet bezorgt of ongerust ik zal met jullie zijn.

Er moet een dag en een uur zijn, dat zoals het nu gaat zal stoppen en dat er een nieuw tijdperk zal aanbreken.
Nu valt het mij evengoed zwaar om afscheid te nemen.
Maar wat komt is beter.
Als je in mijn woord leest dan zie je ook wel wat voor strijd het altijd geweest is tussen de mens en mij.
En hoe ik keer op keer ze op het goede pad wou brengen.
Geen middel ongebruikt heb gelaten.
En toch, ondanks al hun ongehoorzaamheid en koppigheid hield ik en houdt ik van de mensen.
En dat weerhoud mij er ook nog van om een dag en een uur vast te zetten.

En tot die dag zal ik nog van alles proberen om de gelovigen voor te bereiden op die dag.
Ik zal kerken en gemeenten oproepen om zich van hun wandaden te bekeren.
Ik zal ze oproepen om terug te keren naar de eerste liefde, “naar mij”.
Maar als ze niet luisteren en zich niet bekeren dan houdt het gewoon op.

En voor jullie, houdt gewoon vast wat je hebt.
Hoe ver die dag ook weg lijkt, houdt vol.
Hoe zwaar het ook zal worden, geef de moed niet op.
Wat ze je ook willen wijs maken, houd vast aan de waarheid die ik je openbaar.
Al lijkt het of morgen de wereld vergaat, leef vandaag alsof er geen einde komt.

Verheug je niet op die dag.
Verheug je niet op wat er aan voorafgaat.
Maar je mag je verheugen over het koninkrijk dat komen gaat.

Volhard.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen